Jonggehandicapten kunnen zich lastig verweren als tijdens de herkeuring is besloten dat hun uitkering wordt verlaagd.

Trouw, 21 april 2018. Ingrid Weel

Een aanvraag van een jongen (19) voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering, de Wajong, werd in 2016 afgewezen. Ten onrechte, zegt de rechter nu. De jongen heeft PDD-NOS en een laag IQ, psychische klachten met agressieve uitingen. Hij woont onder toezicht bij een instelling. Het UWV gaat er echter vanuit dat in de toekomst werken wel moet lukken. Zo kan hij computers repareren, aldus het UWV. Maar dat vermoeden heeft de uitkeringsorganisatie niet goed onderbouwd, maakte de rechtbank Gelderland deze week bekend. De rechter oordeelt dat deze jongen niet kan voldoen aan de eisen die een werkplek aan mensen stelt op het vlak van interactie. Dat baseert de rechter op verklaringen van de behandelaars en zijn ouders, die zeggen dat empathie en gewetens ontwikkeling afwezig lijken te zijn bij de jongen, en dat hij continu sturing, regulering, behandeling en toezicht nodig heeft. De rechter heeft besloten dat de jongen alsnog een Wajonguitkering moet krijgen.

Voor het begrip ‘arbeidsvermogen’ worden veel te algemene criteria gebruikt.

Leon de Groot Heupner, juridisch adviseur

Deze rechtszaak is een gevolg van de nieuwe methode van het UWV uit 2015 waarmee bij jonggehandicapten wordt beoordeeld of iemand kan werken, reageert juridisch adviseur Leon de Groot Heupner: “Voor het begrip ‘arbeidsvermogen’ worden veel te algemene criteria gebruikt. Er ontbreken namelijk maten en getallen over de belastbaarheid. Daardoor kunnen arbeidsbeperkten die het niet eens zijn met hun beoordeling dat nauwelijks weerleggen.”

Vier criteria

Een jonggehandicapte heeft volgens de nieuwe normen arbeidsvermogen als hij voldoet aan vier criteria. Hij of zij moet een taak kunnen doen, basale werknemersvaardigheden hebben, een uur aaneengesloten kunnen werken en tenminste vier uur op een dag belastbaar zijn. Maar wat is een taak? Kan je in de horeca werken als het thuis lukt om zelf een boterham te smeren of af te wassen? Wie wel eens een kantinedienst draait bij een sportclub, werd al snel geacht die taak te kunnen verrichten Het UWV ging inderdaad kijken naar zaken die de klant in het dagelijks leven uitvoert. Wie dus wel eens een kantinedienst draait bij een sportclub, werd al snel geacht die taak te kunnen verrichten. Het UWV ging niet onderzoeken of de Wajonger de belasting die in die taak voorkomt -zoals 60 centimeter reiken of een half uur staan – echt aankan.

Het tweede criterium, de werknemersvaardigheden, zijn voldoende als iemand een opdracht kan begrijpen, onthouden en uitvoeren, en het gezag van een leidinggevende kan accepteren. Hoeveel iemand moet onthouden of hoe lang wordt niet aangegeven noch onderzocht, vertellen deskundigen. Het tempo waarop iemand werkt, maakt ook niet uit.

Zullen we deze criteria snel evalueren, vroeg de vereniging van verzekeringsartsen NVVG in 2014. Deze werkwijze was immers nieuw. De artsen vroegen zich af of de criteria objectief genoeg zijn. Ze wilden eigenlijk meer meetinstrumenten omdat ze bang zijn dat ze anders mensen ongelijk behandelen. NVVG-voorzitter Rob Kok weet niets van een evaluatie af. Dat is wel gebeurd, zegt een woordvoerder van het ministerie van sociale zaken. Een half jaar geleden stuurde het departement immers een rapport naar de Tweede Kamer met daarin uitkomsten van de herindeling van Wajongers en hoeveel mensen er bezwaar hebben aangetekend.

Maar er staat niets over de werkbaarheid van het nieuwe criterium. Het ministerie zegt daarover: “Als de wet niet uitvoerbaar was, dan waren er wel meer bezwaarzaken. Bovendien wint het UWV bijna alle rechtszaken. Er komt dus niet nog een onderzoek.”

Ongrijpbaar

Volgens De Groot Heupner zijn er weinig beroepszaken doordat de beschikking niet te toetsen is: “De beoordeling is niet meer dan een ongrijpbare schatting. Het UWV geeft geen enkele onderbouwing bij hun oordeel. Het lijkt er soms op dat de arts stelt: ‘Het is zo omdat ik het zo zie’. Hoe moet je dat nou weerleggen? Alleen door dure medische contra-expertise in te zetten, valt het tegendeel aan te tonen.”